Casa Onda in de Margriet van week 16 (13-20 april)

Marjo:

'Het is mij gelukt om nagenoeg alleen een project op te starten in een land waarvan ik de taal nauwelijks beheers, om tegenslagen te verwerken, kortom om mijn eigen boontjes te doppen'


“Jarenlang leidde ik een alledaags leven. Ik was vanuit mijn ouderlijk huis getrouwd, had nooit op mijzelf gewoond, kreeg twee kinderen en mijn man en ik hadden beiden een leuke baan. In de zomervakanties gingen wij naar Italië, een land dat ons hart had gestolen. Wat zouden we daar graag na ons pensioen wonen…
Op een avond spraken wij met vrienden over hun droom om in Noorwegen te gaan wonen en op dat moment ging er ook bij ons een knop om. Waarom wachten tot ons pensioen? Langzaam maar zeker werden onze plannen concreter en ruim twee jaar later kwamen we in Italië het huis van onze dromen tegen, Casa Onda, gelegen in een prachtig gebied.

Het kostte de nodige moeite de financiering rond te krijgen. Zo weigerde  de eerste bank waarbij wij aanklopten ons een hypotheek te verstrekken. Met veel moeite is het ons bij een andere bank wel gelukt een hypotheek te krijgen. Wij werden de trotse eigenaren van een ruïne; een huis zonder ramen, deuren en elektriciteit, om maar wat te noemen. De paniek sloeg bij mij toe toen ik me na de aankoop pas goed realiseerde dat van deze ruïne een huis moest worden gebouwd. Het moest gaan dienen als onze woning, maar we wilden het ook geschikt maken voor verhuur en als bed and breakfast. Financieel gezien was deze opzet de enige mogelijkheid een bestaan in een ander land op te bouwen. Mijn dagdromen over grote buitentafels waaraan rijen gasten zaten te genieten van mijn Italiaanse gerechten, maakten al snel plaats voor stress. De verbouwing verliep moeizaam, alles werd uitgesteld tot ‘domani, domani ‘. In juni 2006 gingen wij open, hoewel ‘wij’ niet het goede woord is. Ons huis in Nederland stond en staat nog in de verkoop, (nu niet meer FG) tegen alle verwachtingen in en dus bleef mijn man daar in loondienst werken.

Alles kwam op mij neer. Ik, die nog nooit een schroevendraaier had aangeraakt, moest nu lekkages verhelpen en met een kruiwagen puinruimen. De eerste gasten werden verwelkomd met een modderdouche, net als ikzelf. Dacht ik eerst nog dat ik mijn net geverfde haar niet goed had uitgespoeld, bleek dat de waterput-een eigen waterleiding hebben we niet- (inmiddels wel FG) na een flinke regenbui was ondergelopen met modder.

Ook in de zomer in mijn eentje koken voor alle gasten was enerverend, maar wel erg gezellig. De maanden september en oktober zat ik echt alleen in ons huis, wachtend op gasten die niet kwamen; het eerste seizoen was eerder afgelopen dan verwacht.
Koffie drinken bij de Italiaanse buurvrouw lukte niet vanwege de taalbarrière en telefoneren met Nederland was te duur. Toch ben ik altijd optimistisch gebleven en belangrijker nog, ik heb kanten van mijzelf ontdekt waarvan ik niet kon bevroeden dat ik ze in me had. Het is mij gelukt om nagenoeg alleen een project op te starten in een land waarvan ik de taal nauwelijks beheers, om tegenslagen te verwerken en zelf met oplossingen te komen, kortom om mijn eigen boontjes te doppen.
Volgend jaar hopen mijn man, zoon en ik dan echt definitief te vertrekken naar Italië.
Alleen mijn dochter, inmiddels getrouwd, blijft in Nederland. Maar mocht het onverhoopt toch zo zijn dat ik er nog een seizoen alleen voor sta, dan weet ik inmiddels dat mij dat heel goed afgaat.”

tekst: monique van der vlugt, fotografie: britt straatemeier